Nederlandse Corporate Governance Code
De Nederlandse Corporate Governance Code is, op basis van pas toe of leg uit, de maatstaf voor Nederlandse beursvennootschappen. De herziening van 2025 stelt scherpere eisen aan wat een bestuur moet toelichten over risicobeheersing, duurzaamheid en verantwoording.

Wanneer cliënten ons inschakelen
- U bereidt het pas-toe-of-leg-uit-onderdeel van een jaarverslag voor
- Een herziening van de Code vereist inhoudelijke wijzigingen in uw governance
- Uw bestuur bereidt zijn eerste Verklaring omtrent Risicobeheersing voor
- Er komt een beursgang aan en de vraag is in hoeverre de onderneming al aan de Code voldoet
- Sommige Code-bepalingen zorgen voor praktische knelpunten in het werk van uw bestuur
Juridische en commerciële kernpunten
Werking en reikwijdte van de Code
De Code is van toepassing op vennootschappen met statutaire zetel in Nederland waarvan de aandelen of certificaten van aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of een vergelijkbaar systeem, en volgens de Code zelf ook op bepaalde grote vennootschappen met een notering op een multilaterale handelsfaciliteit. Voor beursgenoteerde vennootschappen heeft de Code indirect wettelijke werking: de wet verplicht hen in het bestuursverslag te vermelden hoe zij de principes en best practice-bepalingen van de Code hebben toegepast, en elke afwijking toe te lichten. De Code wordt niet door een toezichthouder gehandhaafd, maar aandeelhouders, stemadviseurs en de financiële pers volgen de naleving kritisch, en afwijkingen zonder geloofwaardige toelichting kunnen de stemuitslagen beïnvloeden.
Welke versie van de Code geldt voor de rapportageverplichting, wordt bij algemene maatregel van bestuur aangewezen. De rapportageverplichting geldt voor zowel de principes als de best practice-bepalingen. Daarom vraagt ook een afwijking van één best practice-bepaling om een toelichting in het bestuursverslag.
De herzieningen van 2022 en 2025
De herziening van 2022, van toepassing vanaf het boekjaar 2023, plaatste duurzame langetermijnwaardecreatie centraal in de Code, besteedde meer aandacht aan stakeholderbelangen en aan de gevolgen van de vennootschap voor milieu en samenleving, en versterkte de bepalingen over diversiteits- en inclusiebeleid. Die herziening vormt nog steeds de basis voor een groot deel van de Code, waaronder de bepalingen over bestuurssamenstelling, beloning en de betrokkenheid van aandeelhouders.
De Corporate Governance Code 2025 geldt vanaf het boekjaar 2025. Het is een beperktere herziening dan die van 2022, maar wel een veeleisende: zij introduceert de Verklaring omtrent Risicobeheersing, actualiseert de verwijzingen van de Code naar de CSRD en de CSDDD, en vervangt de verouderde verwijzingen naar de klokkenluidersregeling door de Wet bescherming klokkenluiders.
De Verklaring omtrent Risicobeheersing
De Verklaring omtrent Risicobeheersing staat in principe 1.4 van de Code. De inhoudelijke eisen staan in de best practice-bepalingen 1.4.2 en 1.4.3, en de auditcommissie rapporteert erover op grond van best practice-bepaling 1.5.3. In de verklaring legt het bestuur in het bestuursverslag schriftelijk verantwoording af over de opzet en de werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen voor operationele, compliance- en rapportagerisico's.
Best practice-bepaling 1.4.3 verlangt dat het bestuur met een duidelijke onderbouwing verklaart dat het bestuursverslag in voldoende mate inzicht geeft in tekortkomingen in de werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen; dat deze systemen een redelijke mate van zekerheid geven dat de financiële verslaggeving geen afwijking van materieel belang bevat; dat zij ten minste een beperkte mate van zekerheid geven over de duurzaamheidsverslaggeving; welk niveau van zekerheid zij geven over het effectief beheersen van operationele en compliancerisico's; dat de financiële verslaggeving is opgesteld op basis van continuïteit; en wat de materiële risico's voor de continuïteit over de volgende twaalf maanden zijn. De kern van de bepaling zit in de verschillende zekerheidsniveaus: één algemene verklaring voldoet niet.
De mate van zekerheid en de rol van de auditcommissie
De Code verlangt voor de verklaring zelf geen assurance-opdracht van de externe accountant. Het bestuur legt de verklaring af onder eigen verantwoordelijkheid. De zekerheidsniveaus die het daarin uitspreekt, zijn de eigen conclusies van het bestuur over de systemen die het beheert, en geen conclusies die een derde heeft bevestigd.
De kritische toetsing ligt bij de auditcommissie, die over de verklaring rapporteert op grond van best practice-bepaling 1.5.3. De praktische consequentie is dat de onderbouwing van elk onderdeel van de verklaring binnen de vennootschap een kritische toets moet kunnen doorstaan: gedocumenteerde controletests, een vastlegging van geconstateerde tekortkomingen en van wat daaraan is gedaan, en een onderbouwde grondslag voor de continuïteitsconclusie en voor de beoordeling van continuïteitsrisico's over de komende twaalf maanden. Die onderbouwing moet dus al vóór de laatste weken van de rapportagecyclus worden opgebouwd.
Pas toe of leg uit, en vrijwillige toepassing door niet-beursgenoteerde vennootschappen
Beursvennootschappen passen de Code toe op basis van pas toe of leg uit, en de Monitoring Commissie volgt de toepassing jaarlijks. Een toelichting is de kern van de verplichting, niet een formaliteit: zij benoemt de specifieke bepaling, geeft aan wat de vennootschap in plaats daarvan doet, motiveert dit aan de hand van de eigen omstandigheden van de vennootschap, en vermeldt of de afwijking tijdelijk is en voor hoe lang. Toelichtingen moeten inhoudelijk zijn, toegesneden op de vennootschap en goed vindbaar in het jaarverslag.
Niet-beursgenoteerde vennootschappen zijn niet gebonden aan de Code, maar onderdelen ervan komen langs een andere weg steeds vaker in hun governance terecht. Institutionele beleggers, familieaandeelhouders die een bestuur professionaliseren, en financiers bij grotere financieringen nemen allemaal begrippen uit de Code op in aandeelhoudersovereenkomsten en bestuursreglementen: onafhankelijkheidscriteria voor commissarissen, commissiestructuren en -reglementen, jaarlijkse bestuursevaluatie, een procedure voor tegenstrijdig belang, en een vastgestelde benadering van transacties met verbonden partijen. Het is zaak selectief te werk te gaan en de Code niet integraal over te nemen. Voor een vennootschap met drie commissarissen zijn drie afzonderlijke commissies mogelijk niet passend, en integrale toepassing van de Code kan extra documentatie opleveren zonder het toezicht te verbeteren. Wat bij niet-beursgenoteerde vennootschappen steeds de moeite loont, is de discipline rond bestuursevaluatie, de procedure voor tegenstrijdig belang, het informatieprotocol, en een doordacht standpunt over onafhankelijkheid bij geconcentreerd aandeelhouderschap. Als een vennootschap zich voorbereidt op een beursgang of institutionele investering, is het zinvol bewust te kiezen voor een eerdere en vollediger invoering, omdat het achteraf inrichten van governance tijdens een proces kostbaar en zichtbaar is.
Waarover wij adviseren
Waarover wij adviseren
- Selectieve toepassing van beginselen uit de Code door niet-beursgenoteerde en door investeerders gefinancierde vennootschappen
- Opstellen en beoordelen van het pas-toe-of-leg-uit-onderdeel van het bestuursverslag
- De Verklaring omtrent Risicobeheersing op grond van de best practice-bepalingen 1.4.2 en 1.4.3
- Reglement van de auditcommissie en de rapportagelijn op grond van best practice-bepaling 1.5.3
- Bestuurssamenstelling, onafhankelijkheid en diversiteit getoetst aan de criteria van de Code
- Beloningsbeleid en de informatieverschaffing in het beloningsverslag
- Bepalingen over de betrokkenheid van aandeelhouders en andere stakeholders en de toepassing daarvan in de praktijk
- Selectieve invoering van Code-begrippen door niet-beursgenoteerde en door investeerders gefinancierde vennootschappen
Gebruikelijke documenten en stukken
Gebruikelijke documenten en stukken
- Rapportage over pas toe of leg uit in het bestuursverslag, met uitgewerkte toelichtingen
- De Verklaring omtrent Risicobeheersing en het dossier ter onderbouwing van elk onderdeel
- Bestuursreglement en reglement van de raad van commissarissen afgestemd op de Code
- Reglementen van de audit-, remuneratie- en selectiecommissie
- Onafhankelijkheidsbeoordelingen voor individuele commissarissen of niet-uitvoerende bestuurders
- Analyse van wat nog nodig is om aan de Code te voldoen, met een geprioriteerd implementatieplan
- Trainingsmateriaal voor bestuur en commissies over de Code
Hoe wij het proces begeleiden
Hoe wij het proces begeleiden
- 1
Een analyse per bepaling van hoe de onderneming zich tot de Code verhoudt
- 2
Afstemming van statuten, bestuursreglement, reglementen en beleid op de bereikte conclusies
- 3
Teksten voor de pas-toe-of-leg-uit-toelichting en de risicobeheersingsverklaring
- 4
Sessies met bestuur en commissies over wat de Code nu vereist
- 5
Doorlopende aandacht voor Code-ontwikkelingen en voor rapportage van de Monitoring Commissie
Vragen die cliënten stellen voordat zij ons inschakelen