Zeggenschap en besluitvorming

De meeste governancevragen komen neer op één vraag: wie beslist wat, en onder welke voorwaarden. Om die goed te beantwoorden, moeten goedkeuringsbesluiten (reserved matters), quorumregels en vetorechten worden afgestemd op de manier waarop de vennootschap werkt, en niet uit een model worden overgenomen. Wij adviseren vennootschappen, aandeelhouders, private-equityinvesteerders en jointventurepartners over de verdeling van zeggenschap, over de wisselwerking tussen de statuten en de aandeelhoudersovereenkomst, en over de praktische vraag wat er gebeurt als een besluit moet worden genomen en een partij daarmee niet instemt.

Wanneer cliënten ons inschakelen

  • De afspraken over zeggenschap in statuten en aandeelhoudersovereenkomst moeten op elkaar aansluiten
  • Een nieuwe aandeelhouder of private-equityinvesteerder treedt toe en over reserved matters moet worden onderhandeld
  • De bestaande lijst van reserved matters is niet langer geschikt
  • Een bepaald besluit valt in een grijs gebied en vraagt om een zorgvuldig oordeel
  • U wilt weten of een recht waarover u hebt onderhandeld, werkt als het erop aankomt

Juridische en commerciële kernpunten

I.

Besluitvormingsniveaus

Zeggenschap in een Nederlandse vennootschap is over verschillende niveaus verdeeld en berust niet bij één orgaan. Het dagelijks bestuur berust bij de bestuurders of, in een one-tier board, bij de uitvoerende bestuurders. Strategische aangelegenheden en reserved matters liggen bij het voltallige bestuur, vaak onderworpen aan de goedkeuring van een raad van commissarissen of van de niet-uitvoerende bestuurders. Aangelegenheden op aandeelhoudersniveau liggen bij de algemene vergadering, met eisen van gekwalificeerde meerderheid en quorum als partijen die zijn overeengekomen.

Een vierde niveau ligt buiten de vennootschapsrechtelijke structuur en kan niet door een overeenkomst tussen de aandeelhouders worden verplaatst. De ondernemingsraad heeft advies- en instemmingsrechten op grond van de WOR, en die rechten zijn verbonden aan omschreven besluiten, ongeacht waar de statuten of de aandeelhoudersovereenkomst de bevoegdheid tot het nemen ervan leggen. Een zeggenschapsstructuur die alleen de eerste drie niveaus in kaart brengt, kan te weinig tijd laten voor het medezeggenschapstraject. Daarom brengen wij de positie van de ondernemingsraad tegelijk met die van het bestuur en de aandeelhouders in kaart.

II.

Reserved matters ontwerpen

Lijsten van reserved matters worden in de loop van de tijd vaak langer. Wij stellen beknopte lijsten op, uitgaande van concrete scenario's, die alleen de onderwerpen omvatten waarvoor echt aanvullende goedkeuring nodig is, zonder de besluitvorming te belemmeren. Het uitgangspunt is niet een modellijst, maar de besluiten die de positie van de partij die om bescherming vraagt werkelijk zouden veranderen. Meestal zijn dat: het aantrekken van vreemd vermogen boven een omschreven niveau, het uitgeven van aandelen, het vervreemden van een wezenlijk activum, het wijzigen van de aard van de onderneming, het aangaan van transacties met verbonden partijen, en het benoemen of ontslaan van bestuurders.

De tweede vraag is welk orgaan over elk onderwerp beslist. Een aangelegenheid die aan de algemene vergadering is voorbehouden, kent een ander tijdschema en andere gevolgen dan een aangelegenheid die aan de raad van commissarissen is voorbehouden. Drempels in vaste bedragen verouderen snel en kunnen beter worden gekoppeld aan een maatstaf die met de onderneming meebeweegt. Daarnaast is het zinvol per onderwerp te toetsen wie in staat zal zijn het recht uit te oefenen op het moment dat het nodig is, omdat een instemmingsrecht dat toekomt aan een partij die in de praktijk geen instemming kan weigeren, wel extra procedurele stappen maar geen extra bescherming oplevert.

III.

Statuten of aandeelhoudersovereenkomst: waar elke beperking thuishoort

De meest ingrijpende keuze bij het opstellen van governanceafspraken naar Nederlands recht is welke beperkingen in de statuten komen en welke in de aandeelhoudersovereenkomst. De statuten werken op vennootschapsniveau: zij binden de vennootschap en haar organen, zijn openbaar, en een schending kan de geldigheid van een handeling aantasten. De aandeelhoudersovereenkomst werkt contractueel: zij bindt alleen de partijen, is niet openbaar, en een schending geeft een schadevergoedingsvordering en mogelijk een vordering tot nakoming, maar tast de handeling doorgaans niet aan.

Alles wat vennootschapsrechtelijke werking moet hebben, hoort in de statuten: het bindt dan de vennootschap, haar organen en iedere aandeelhouder, ook een aandeelhouder die gewoon weigert mee te werken. Daaronder vallen soortrechten en gedifferentieerde stem- en winstrechten, het recht van een vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort om een bestuurder te benoemen, overdrachtsbeperkingen via een blokkeringsregeling, goedkeuringsvereisten voor bestuursbesluiten, en quorum- en meerderheidsvereisten. Het benoemingsrecht van een soortvergadering kent een eigen wettelijk voorbehoud, namelijk dat elke stemgerechtigde aandeelhouder moet kunnen deelnemen aan de benoeming van ten minste één bestuurder. Alles wat werkelijk een afspraak tussen aandeelhouders is, en waarbij partijen bereid zijn genoegen te nemen met afdwinging via schadevergoeding, kan in de overeenkomst staan. In de meeste goed opgezette structuren staan de belangrijkste onderwerpen in beide documenten.

IV.

Goedkeuring, aanwijzing en tegenstrijdig belang op bestuursniveau

Drie mechanismen zijn op bestuursniveau bij een BV vooral van belang, en zij verschillen van elkaar. De statuten kunnen bestuursbesluiten onderwerpen aan de goedkeuring van een ander orgaan (art. 2:239 lid 3 BW), en zo krijgt een lijst van reserved matters vennootschapsrechtelijke werking. De statuten kunnen ook bepalen dat het bestuur zich dient te gedragen naar de aanwijzingen van een ander orgaan, en het bestuur is gehouden die op te volgen tenzij zij in strijd zijn met het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Bij de NV gaat dit recht minder ver: daar kunnen aanwijzingen alleen de algemene lijnen van het te voeren beleid betreffen, op nader in de statuten aangegeven terreinen. Een bestuurder met een tegenstrijdig persoonlijk belang neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming over de betreffende aangelegenheid.

Het goedkeuringsvereiste heeft een duidelijke grens. Omdat de vertegenwoordigingsbevoegdheid van bestuur en bestuurders op grond van art. 2:240 lid 3 BW onbeperkt en onvoorwaardelijk is, tast het ontbreken van de vereiste goedkeuring die bevoegdheid niet aan. Een contract dat zonder die goedkeuring is ondertekend, bindt de vennootschap dus toch tegenover haar wederpartij. Het goedkeuringsvereiste werkt intern: het geeft een recht om goedkeuring te verlenen of te onthouden, legt de uitkomst vast en kan voor een bestuurder die zonder goedkeuring handelt tot aansprakelijkheid leiden. Een aandeelhouder die werking jegens derden nodig heeft, is aangewezen op een bij het Handelsregister ingeschreven beperking van de vertegenwoordigingsbevoegdheid.

V.

Het ontwerp vooraf toetsen aan praktijkscenario's

Een zeggenschapsstructuur kan het best vóór ondertekening aan scenario's worden getoetst, want de situaties die problemen veroorzaken, zijn te voorzien. Die scenario's omvatten een aandeelhouder die de begroting niet wil goedkeuren, een door één aandeelhouder voorgedragen bestuurder die wordt gevraagd tegen het belang van die aandeelhouder te stemmen, een aandeelhouder die insolvent wordt, wordt overgenomen door een concurrent of eenvoudigweg niet meer reageert, en een algemene vergadering die geen quorum haalt omdat een aandeelhouder niet verschijnt. Al deze situaties komen vaak voor. Vooraf zijn ze op papier eenvoudig op te lossen; zodra er een geschil is, wordt dat kostbaar.

Daarnaast verdient proportionaliteit aandacht. Lijsten van reserved matters worden vaak steeds langer, omdat elke onderhandeling onderwerpen toevoegt en geen enkele ze verwijdert. Een lijst die aandeelhoudersgoedkeuring vereist voor besluiten die het bestuur zou moeten nemen, biedt een minderheid weinig bescherming. Zo'n lijst legt operationele verantwoordelijkheid bij partijen die niet over de informatie beschikken om die te dragen, en kan minder duidelijk maken wie verantwoordelijk is voor tegenvallende resultaten.

Waarover wij adviseren

Waarover wij adviseren

  • In kaart brengen van besluitvorming op het niveau van het bestuur, de aandeelhouders en de ondernemingsraad
  • Reserved matters, vetorechten, quorum- en meerderheidsvereisten
  • Statuten en aandeelhoudersovereenkomsten die op elkaar zijn afgestemd
  • Soortrechten, gedifferentieerde stem- en winstrechten, en benoemingsrechten van soortvergaderingen
  • Goedkeurings- en aanwijzingsrechten op bestuursniveau, en de wettelijke grenzen daarvan
  • Afspraken ter bescherming van minderheidsaandeelhouders, waaronder bestuursvertegenwoordiging en instemmingsrechten
  • Blokkeringsregelingen, overdrachtsbeperkingen en de prijsmechanismen daarin
  • Toetsen van een bestaande zeggenschapsstructuur aan deadlock- en vertrekscenario's

Gebruikelijke documenten en stukken

Gebruikelijke documenten en stukken

  • Een besluitvormingsmatrix die per besluit aangeeft welk orgaan het neemt
  • Statuten met de beperkingen die vennootschapsrechtelijke werking nodig hebben
  • Aandeelhoudersovereenkomsten die de commerciële afspraak en de bijbehorende rechtsmiddelen bevatten
  • Een bijlage met reserved matters, drempels en goedkeuringsniveaus
  • Bepalingen over soortrechten, stemrechten en benoeming
  • Blokkeringsregelingen en overdrachtsbeperkingen, inclusief het prijsmechanisme
  • Modelbesluiten van bestuur en aandeelhouders voor voorbehouden besluiten
  • Een schriftelijke scenariotest van de structuur, met de geconstateerde leemtes

Hoe wij het proces begeleiden

Hoe wij het proces begeleiden

  1. 1

    Een korte inventarisatie om vast te stellen wie op dit moment welk besluit neemt, en op welke grondslag

  2. 2

    Vaststelling van de leemtes en overlappingen tussen de statuten en de aandeelhoudersovereenkomst

  3. 3

    Reserved matters, quorum- en vetobepalingen herschreven met het oog op de besluiten die ertoe doen

  4. 4

    Statuten en overeenkomst gezamenlijk geactualiseerd, zodat beide documenten hetzelfde zeggen

  5. 5

    Een toets van de structuur vóór ondertekening aan deadlock, vertrek, insolventie en afwezigheid

Vragen die cliënten stellen voordat zij ons inschakelen

Vragen die cliënten stellen voordat zij ons inschakelen

Binden reserved matters de bestuurders?
Reserved matters binden de bestuurders niet rechtstreeks. Bestuurders zijn op grond van art. 2:9 BW gehouden jegens de vennootschap, niet jegens de aandeelhouders. Een beperking in een aandeelhoudersovereenkomst bindt de aandeelhouders dus contractueel, maar tast op zichzelf de geldigheid van een bestuursbesluit dat daarmee in strijd is niet aan. Vennootschapsrechtelijke werking ontstaat door een goedkeuringsvereiste in de statuten of, binnen de wettelijke grenzen daarvan, een aanwijzingsrecht, dat het bestuur moet opvolgen tenzij dit in strijd is met het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Goed opgezette structuren doen beide: de statuten voor de vennootschapsrechtelijke werking, de overeenkomst voor de commerciële afspraak en de schadevergoedingsvordering.
Kan een aandeelhouder zijn eigen bestuurder benoemen?
Een aandeelhouder kan dat recht worden gegeven, maar alleen in de statuten en alleen binnen de wettelijke grenzen. Artikel 2:242 lid 1 BW bepaalt dat bestuurders worden benoemd door de algemene vergadering of, als de statuten dit bepalen, door een vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort. Daarom krijgt een aandeelhouder die een eigen bestuurszetel wil doorgaans een eigen soort aandelen. Daarbij geldt wel dat elke stemgerechtigde aandeelhouder moet kunnen deelnemen aan de benoeming van ten minste één bestuurder, zodat het mechanisme een aandeelhouder niet zonder enige stem bij een benoeming mag laten. Daarnaast bestaat de afzonderlijke route van de bindende voordracht, waarbij niet de soortvergadering zelf benoemt, maar de benoeming uit een voordracht plaatsvindt.
Kan een minderheidsaandeelhouder een besluit blokkeren naar Nederlands recht?
Een minderheid kan een besluit alleen blokkeren als die bevoegdheid haar contractueel of statutair is gegeven. Het Nederlandse recht geeft minderheden beperkte wettelijke blokkeringsrechten: aandeelhouders die een bepaald percentage houden, kunnen om bijeenroeping van een algemene vergadering verzoeken, en de redelijkheid-en-billijkheidsnorm van art. 2:8 BW beperkt het handelen van de meerderheid, maar geen van beide is een veto. De bescherming die er werkelijk toe doet, moet worden uitonderhandeld: vereisten van gekwalificeerde meerderheid, instemmingsrechten van soortvergaderingen, reserved matters en bestuursvertegenwoordiging. Moet een minderheid het van de wet hebben en niet van de documenten, dan resteren vooral procedures bij de rechter, zoals een enquête bij de Ondernemingskamer, die trager zijn en meer op confrontatie zijn gericht.
Wat is een blokkeringsregeling en is deze nog verplicht?
Een blokkeringsregeling beperkt de overdracht van aandelen, gewoonlijk via een aanbiedingsprocedure aan bestaande aandeelhouders of een goedkeuringsvereiste. Voor een BV is zij niet verplicht: de statuten mogen vrije overdracht toestaan. Vennootschappen met een besloten aandeelhouderskring en joint ventures behouden er vaak een, omdat zij voorkomt dat een aandeelhouder een ongewenste medeaandeelhouder in de vennootschap binnenhaalt. Als een blokkeringsregeling wordt behouden, verdient de prijsvaststellingsprocedure daarin evenveel aandacht als de gebeurtenis die haar in werking stelt.
Wat gebeurt er als het bestuur besluit zonder een door de statuten vereiste goedkeuring?
De vennootschap blijft gebonden jegens de wederpartij. Omdat de vertegenwoordigingsbevoegdheid van bestuur en bestuurders op grond van art. 2:240 lid 3 BW onbeperkt en onvoorwaardelijk is, tast het ontbreken van de vereiste goedkeuring die bevoegdheid niet aan, zodat het contract standhoudt. De gevolgen zijn intern: de bestuurders die hebben gehandeld kunnen aansprakelijkheidsrisico lopen, en het orgaan waarvan de goedkeuring is omzeild, heeft interne rechtsmiddelen, maar geen recht om de transactie ongedaan te maken. Is werking tegenover derden nodig, dan is een bij het Handelsregister ingeschreven beperking van de vertegenwoordigingsbevoegdheid de oplossing: van die beperking wordt een wederpartij geacht op de hoogte te zijn.
Hoe passen rechten van de ondernemingsraad in de zeggenschapsstructuur?
Die rechten staan naast de zeggenschapsstructuur en kunnen niet contractueel opzij worden gezet. De WOR geeft de ondernemingsraad een adviesrecht bij omschreven besluiten, waaronder overdracht van zeggenschap, het aangaan of beëindigen van belangrijke samenwerking, belangrijke investeringen en ingrijpende reorganisaties, en een instemmingsrecht bij omschreven personeelsregelingen. De ondernemingsraad moet om advies worden gevraagd op een moment waarop dat advies de uitkomst nog kan beïnvloeden, en wordt van het advies afgeweken, dan geldt een opschortingstermijn en staat de weg naar de Ondernemingskamer open. Wij brengen deze rechten in de besluitvormingsmatrix onder, tegelijk met de besluitvorming door de aandeelhouders en het bestuur.

Is onduidelijk wie over een bepaald besluit gaat?

Neem contact op