Transparantie en verslaggeving

Transparantieverplichtingen zijn aanzienlijk verruimd, van financiële verslaggeving tot duurzaamheidsinformatie en informatie over uiteindelijk belanghebbenden, en de reikwijdte van verschillende daarvan blijft in beweging.

Wanneer cliënten ons inschakelen

  • De openbaarmakingen in uw jaarverslag vragen om een juridische beoordeling
  • Een gevoelig onderwerp moet zorgvuldig worden geformuleerd voor openbaarmaking
  • U wilt vaststellen of duurzaamheidsverslaggeving onder het actuele kader op uw groep van toepassing is
  • Uw UBO-registratie houdt een closing op
  • Processen rond voorwetenschap en openbaarmaking moeten worden ontworpen of vernieuwd

Juridische en commerciële kernpunten

I.

De reikwijdte van de verslaggeving

De verslaggevingsverplichtingen van een Nederlandse vennootschap komen voort uit verschillende regimes tegelijk. Het wettelijke bestuursverslag en de jaarrekening zijn geregeld in Titel 9 van Boek 2 BW. Duurzaamheidsverslaggeving valt onder het toepasselijke Nederlandse en Europese kader, waaronder de CSRD. Vennootschappen waarop de Code van toepassing is, nemen daarnaast een corporate-governanceverklaring op. Voor beursvennootschappen komen daar een beloningsverslag en beloningsbeleid bij, country-by-country reporting voor zover van toepassing, en de openbaarmakingen via de AFM op grond van het transparantieregime en de regels over voorwetenschap.

De lastigere vragen op dit terrein gaan zelden over het invullen van een voorgeschreven sjabloon. Zij gaan over hoe informatie over een gevoelig onderwerp wordt bekendgemaakt zonder daarmee extra risico te creëren, en hoe openbaarmakingen over opeenvolgende jaren consistent en verdedigbaar blijven als zij in samenhang worden gelezen. Een openbaarmaking die op zichzelf juist is maar niet strookt met wat de vennootschap het jaar daarvoor heeft gezegd, trekt juist de aandacht. Daarom horen elk jaar dezelfde mensen de gevoelige onderdelen op te stellen.

II.

Deponeringsverplichtingen met persoonlijke gevolgen

Elke Nederlandse BV en NV moet een jaarrekening opstellen, vaststellen en publiceren. Bij een vennootschap zonder effecten op een gereglementeerde markt stelt het bestuur deze op binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar. De algemene vergadering kan die termijn op grond van bijzondere omstandigheden met ten hoogste vijf maanden verlengen en stelt de jaarrekening vervolgens vast. Publicatie bij het Handelsregister moet volgen binnen acht dagen na vaststelling en in elk geval binnen twaalf maanden na afloop van het boekjaar. De vereiste inhoud hangt af van het grootteregime, micro, klein, middelgroot of groot, en kleinere vennootschappen deponeren aanzienlijk verkorte jaarrekeningen.

Art. 2:248 BW is de reden om dit op bestuursniveau te bewaken en niet als boekhoudkundige taak te behandelen. Niet tijdig publiceren levert in een later faillissement, behoudens een onbelangrijk verzuim, onweerlegbaar onbehoorlijke taakvervulling op, en vestigt het vermoeden dat deze een belangrijke oorzaak van dat faillissement is. Voor de wettelijke plicht om een behoorlijke administratie te voeren geldt hetzelfde. Tijdige publicatie en een behoorlijke administratie beschermen bestuurders dus ook persoonlijk.

III.

Duurzaamheidsverslaggeving na Omnibus I

Duurzaamheidsverslaggeving onder de CSRD is aanzienlijk ingeperkt. Het Europese Omnibus I-pakket heeft de drempels voor het toepassingsbereik fors verhoogd, zodat CSRD-verslaggeving in hoofdlijnen alleen geldt voor grote ondernemingen, met overeenkomstige regels voor niet-EU-groepen met activiteiten in de EU. Ook de bepalingen over assurance en de waardeketen zijn herzien. Het bijbehorende zorgvuldigheidsregime onder de CSDDD geldt alleen voor de grootste ondernemingen.

Omnibus I heeft de verplichting uit de CSDDD om een klimaattransitieplan vast te stellen geschrapt, zodat transitieplannen vooral van belang zijn voor de openbaarmaking onder de CSRD. Als CSRD-verslaggeving van toepassing is, kan transitieplanning een rol spelen in de duurzaamheidsinformatie die de onderneming openbaar maakt. De toepasselijke CSRD-rapportagevereisten moeten worden beoordeeld aan de hand van het actuele wettelijke kader.

IV.

De Nederlandse implementatie en wat tot die tijd geldt

Voor de wijzigingen gelden eigen omzettingstermijnen. Die termijnen zijn de uiterste grens voor omzetting in nationaal recht, niet de datum waarop de verplichtingen van een Nederlandse onderneming veranderen. De omzetting in Nederlands recht volgt een eigen tijdschema.

Wat een Nederlandse onderneming moet rapporteren, hangt af van de stand van de Nederlandse implementatie, de bestaande bepalingen van Boek 2 BW en het rechtstreeks werkende Europese kader. Een onderneming die beoordeelt wat zij voor een bepaald boekjaar moet rapporteren, moet haar verplichtingen dus aan de hand van die combinatie vaststellen en niet veronderstellen. Ondernemingen onder de drempels krijgen bovendien steeds vaker vergelijkbare informatieverzoeken van afnemers die wel binnen het toepassingsbereik vallen, financiers en investeerders. De verzamelde gegevens kunnen daarom ook voor die verzoeken van waarde zijn.

V.

Het UBO-register en wie het kan raadplegen

Registratie van uiteindelijk belanghebbenden op grond van de Handelsregisterwet blijft van toepassing op Nederlandse rechtspersonen. Na een uitspraak van het Hof van Justitie is de algemene publieke toegang tot het register beëindigd. De toegang is beperkt tot bepaalde partijen, waaronder bevoegde autoriteiten en instellingen die onder de Wwft vallen, voor hun eigen cliëntenonderzoek.

De registratieverplichting zelf staat los van de regels over toegang, en zij blijft een praktische horde bij transacties. Notarissen en financiële instellingen verifiëren UBO-registratie als onderdeel van hun eigen cliëntenonderzoek, en een onvolledige of verouderde registratie vertraagt closings. Als een structuur is gewijzigd, of als door indirecte belangen eerst moet worden uitgezocht wie de uiteindelijk belanghebbende is, kan de registratie het best op orde worden gebracht ruim voordat de signing ervan afhangt.

Waarover wij adviseren

Waarover wij adviseren

  • Jaarrekening, bestuursverslag en het toepasselijke grootteregime
  • Deponeringstermijnen en de bestuursmaatregelen die deze bewaken
  • De corporate-governanceverklaring en de rapportage over pas toe of leg uit
  • Reikwijdte van duurzaamheidsverslaggeving onder de CSRD
  • De positie onder de CSDDD na Omnibus I en de wisselwerking met CSRD-duurzaamheidsverslaggeving
  • Beloningsbeleid en de informatieverschaffing in het beloningsverslag
  • UBO-identificatie, registratie op grond van de Handelsregisterwet en toegangsvraagstukken
  • Openbaarmaking van gevoelige onderwerpen en consistentie over opeenvolgende verslagjaren

Gebruikelijke documenten en stukken

Gebruikelijke documenten en stukken

  • Juridische beoordeling van het jaarverslag en het bestuursverslag
  • Conceptteksten voor openbaarmaking over gevoelige of betwiste onderwerpen
  • Reikwijdtebeoordelingen voor de CSRD en de CSDDD onder het toepasselijke kader na Omnibus I
  • Corporate-governanceverklaringen en pas-toe-of-leg-uit-onderdelen
  • Deponeringskalenders met aangewezen verantwoordelijken en escalatiepunten op bestuursniveau
  • UBO-analyses voor Nederlandse entiteiten en voor gelaagde houdsterstructuren
  • Toelichtend materiaal voor bestuur en openbaarmakingscommissie

Hoe wij het proces begeleiden

Hoe wij het proces begeleiden

  1. 1

    Een overzicht van de openbaarmakingsverplichtingen die daadwerkelijk op de onderneming van toepassing zijn

  2. 2

    Rapportagewerkplannen opgesteld met interne audit, de financiële functie en de externe accountant

  3. 3

    Opstellen van de onderdelen van het verslag waar het juridische risico zit

  4. 4

    Sessies met bestuur en openbaarmakingscommissie over de verplichtingen en hun grenzen

  5. 5

    Doorlopende aandacht voor regelgevende ontwikkelingen en de gevolgen daarvan voor de reikwijdte

Vragen die cliënten stellen voordat zij ons inschakelen

Vragen die cliënten stellen voordat zij ons inschakelen

Wanneer moet de Nederlandse jaarrekening worden gedeponeerd?
Bij een vennootschap zonder effecten op een gereglementeerde markt stelt het bestuur de jaarrekening op binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar. De algemene vergadering kan die termijn op bijzondere gronden met ten hoogste vijf maanden verlengen. Daarna stelt de algemene vergadering de jaarrekening vast, en publicatie bij het Handelsregister moet plaatsvinden binnen acht dagen na vaststelling en in elk geval binnen twaalf maanden na afloop van het boekjaar. Het overschrijden van die uiterste termijn is een economisch delict en, belangrijker nog, levert op grond van art. 2:248 BW onweerlegbaar onbehoorlijke taakvervulling op als de vennootschap later failliet gaat, behoudens een onbelangrijk verzuim.
Wat wordt openbaar gedeponeerd, en wat blijft niet-openbaar?
Dat hangt af van het grootteregime. Micro- en kleine vennootschappen deponeren een beperkte balans met toelichting en zonder winst-en-verliesrekening; middelgrote vennootschappen deponeren een verkorte balans en winst-en-verliesrekening; grote vennootschappen deponeren de volledige jaarrekening en een controleverklaring. Het bestuursverslag hoeft niet te worden gedeponeerd als het op de wettelijk toegestane wijze beschikbaar wordt gesteld. Deponeringen zijn openbaar toegankelijk bij het Handelsregister, wat betekent dat concurrenten, wederpartijen en journalisten die kunnen inzien. Is vertrouwelijkheid commercieel van belang, dan is het zaak vast te stellen welk regime geldt en niet meer te deponeren dan dat regime vereist.
Moeten Nederlandse entiteiten nog steeds UBO's registreren?
De registratieverplichting blijft van toepassing. Nederlandse rechtspersonen moeten hun uiteindelijk belanghebbenden registreren op grond van de Handelsregisterwet. Een uitspraak van het Hof van Justitie heeft een einde gemaakt aan de algemene publieke toegang, en de toegang is beperkt tot bepaalde partijen, waaronder bevoegde autoriteiten en Wwft-plichtige instellingen voor hun eigen cliëntenonderzoek. Registratie blijft een praktisch aandachtspunt bij transacties, omdat notarissen en financiële instellingen deze verifiëren als onderdeel van hun eigen cliëntenonderzoek, en een onvolledige registratie closings vertraagt.
Is de CSRD nog van toepassing op een Nederlandse onderneming?
De CSRD geldt voor aanzienlijk minder ondernemingen dan aanvankelijk verwacht. Het Omnibus I-pakket heeft de drempels fors verhoogd, zodat CSRD-verslaggeving in hoofdlijnen alleen geldt voor grote ondernemingen. Het CSDDD-zorgvuldigheidsregime geldt alleen voor de grootste ondernemingen. Ondernemingen onder de drempels krijgen nog steeds vaak vergelijkbare verzoeken van afnemers die wel onder de regels vallen en van financiers. Het verzamelen van de gegevens blijft daarom zinvol.

Een jaarverslag of duurzaamheidsverslag dat een juridische beoordeling vraagt?

Neem contact op